Hieronder is een overzicht opgenomen van onze geloofsbasis.
1.
Het Woord van God is de basis van spreken en handelen van de Stichting.
Toelichting
Het Woord van God wordt ook wel de Bijbel genoemd. De Bijbel kent twee delen. Het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Deze delen worden ook het Eerste en het Tweede Verbond genoemd. De Bijbel is door Gods Geest ingegeven aan de mensen. Daardoor is de Bijbel van de hoogste en enig beslissende autoriteit voor een wedergeboren christen.
Enkele Bijbelteksten
Ps119:105; Hb8:7; 2Tm3:16; 2Pt1:21; Mt4:4; Ef6:17; Hb4:12; Jh3:6; 1Pt1:23; Rm1:16; Hd11:26.

2.
God heeft Zich bekendgemaakt in Zijn schepping en in de Bijbel. Hij presenteert Zich als God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Drie, maar toch één. Want de HEERE, onze God, de HEERE is één.
Toelichting
Je kunt je niet verschuilen achter de gedachte dat je nooit iets van God hebt gemerkt. De schepping en jouw geweten vragen jou om God te zoeken.
Het begrip drie-eenheid kunnen wij niet direct terugvinden in de Bijbel. Toch gebruiken wij dit begrip, omdat de Bijbel ons hiervoor aanwijzingen meegeeft.
In het Oude Testament is de drie-eenheid van God verborgen. In het Nieuwe Testament is de drie-eenheid uiteindelijk zichtbaar beleden in de getuigenis van de comma Johanneum: Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één.
Drie, maar toch één. In het Oude Testament heeft God Zichzelf eerst vooral aan Israël voorgesteld als de HEERE, Die één is. In het Nieuwe Testament heeft Hij Zichzelf via zijn Zoon Jezus en Zijn Geest bekend gemaakt aan Israël en de Gemeente.
Enkele Bijbelteksten
Rm1:20, Ps19:1, Rm2:14-16, Gn1:26, Ps33:6, Mt28:19, 2Ko13:12, 1Jh5:7, Ex20:2, Dt6:4, Mk12:29, Mt18:16, Ef1:22.

3.
God heeft de hemelen en de aarde gemaakt.
Toelichting
Uit het niets maakte Hij iets. God sprak en het was er. Hij heeft de onzichtbare en zichtbare dingen gemaakt. De hemelen en de engelen behoren tot de onzichtbare dingen. Het heelal, de aarde, planten, dieren en mensen behoren tot de zichtbare dingen.
God schiep eerst de engelen (Jb38:4-7). Ze staan in dienst van God (Ps104:4, Hb1:7). Daarnaast zijn zij geroepen om de mensen te dienen (Ps91:11-12, Hb1:14).
God maakte de mens naar zijn beeld, man en vrouw. De eerste mensen waren Adam en Eva. Zowel lichamelijk, als geestelijk leefden zij in volledige harmonie met God en met elkaar. De mens is gemaakt om God en Zijn naaste lief te hebben als zichzelf. De mens is ook gemaakt om over de aarde te regeren.
Zowel God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest waren betrokken bij de schepping. Alles wat Hij maakte was zeer goed. God heeft Zijn schepping in zes dagen gemaakt. Mozes heeft dit in de Tien Geboden, ook wel de Tien Woorden genoemd, bevestigd. De Heere Jezus heeft deze woorden aanvaard als gezaghebbend.
Enkele Bijbelteksten
Hb11:3; Gn1:3, Ps33:9, Ko1:16, Gn1:26, 1Tm2:13, Js43:7, Lk10:27, G1;28, 1Ko8:6, Gn1:2, G1:31, Ex20:11, Jh5:46-47.

4.
Eva en Adam aten van de vruchtboom van de kennis van goed en kwaad en de zonde is in de schepping gekomen. Vanaf dat moment staat de mens onder de macht van de zonde en is hij geneigd om zonden te doen in gedachten, woorden en daden. Vanwege deze zonde sprak God zijn oordeel uit. De mens ging geestelijk dood en moet lichamelijk sterven.
Toelichting
Het volmaakte gebod om God en Zijn naaste lief te hebben als zichzelf heeft de mens verspeeld door zichzelf te verklaren als God. Het gevolg hiervan is een afschuwelijke inbraak van de duivel en de zonde in de gehele wereld.
Direct voerde God Zijn oordeel uit. De toegang tot het Paradijs met de heerlijkheid van God werd gesloten. De mens is tot de dood veroordeeld. Hij gaat direct geestelijk dood door scheiding tussen God en hem. Zijn verstand, wil en gevoel gaan niet meer volledig richten op God, zijn naaste en zichzelf. Op een zeker moment zal hij lichamelijk sterven.
Ook zal er strijd zijn tussen de vrouw met haar Nageslacht en de duivel met zijn nageslacht.
Enkele Bijbelteksten
1Tm2:14, Gn3:6, Rm8:20, Jh8:34, Rm3:13-18, Gn2:17, Rm6:23a, Jk2:8, Lk10:27, Gn3:5, Rm5:2, Gn3:23-24, Rm5:12, Ps90:3, Pr3:2, Gn3:15, Gn12:3, Gl3:8, Gn6:4.

5.
God heeft Israël gekozen en gemaakt tot redding van zichzelf en de wereld.
Toelichting
God maakte Zich bekend aan Abraham om hem land, volk en zegen te geven. Ook legt God vast dat via Abraham de wereld gezegend wordt. Deze beloften heeft God vastgelegd in een eeuwig verbond met Abraham. Nu deze beloften ‘op papier’ staan, gaat God Zich aan Zijn woord houden om Israël en de wereld te redden van vloek, zonde en dood.
Hij gaf hem en zijn vrouw Sara een zoon, Izak. Uit Izak heeft Hij Jakob gekozen. Uit Jakob heeft de HEERE het volk Israël gekozen, omdat Hij dit volk lief heeft. Israël is de eerstgeboren zoon van God.
De HEERE heeft het land Kanaän aan het volk Israël gegeven als eeuwig bezit.
De HEERE heeft Israël aangewezen om zegen, strijder en licht te zijn voor de wereld. Hiervoor heeft Hij Israël de Wet gegeven. De rode draad hiervan is: ‘Heb de HEERE lief en heb je naaste lief als jezelf’. Met deze Thora zal Israël leven en kan zij leven geven aan de wereld (Lv18:5, Dt30:19, Rm3:15, Rm7:10, Gl3:12).
Deze Instructie heeft God vastgelegd in het Eerste verbond met Israël.
Uit Israël is het Nageslacht gekomen. De Redder van Israël en de wereld. Zijn naam is Jezus de Messias.
In de nabije toekomst zal een rijk van vrede en gerechtigheid komen, met Jeruzalem als middelpunt. Daar vandaan zal de Heere Jezus en Israël regeren over de wereld.
Enkele Bijbelteksten
Dt7:6-9, Dt32:6, Rm1:16, Gn12:1-3, Gn15:17-18, Rm3:3, Rm3:21-22, Gn17:7-8, Gn17:21, Gn21:1-2, Gn25:26, Hs11:1, Ex4:22, Gn32:28, Dt32:9, Ex33:16, Hd3:25, Ex19:5-6, Js42:6, Js49:6, Lk2:32, Rm9:4, Jh4:22, Ps2:6, Js2:2-4.
6.
Zowel heidenen als Joden hebben gezondigd. Onze observatie, ons geweten en de Thora spreken ons niet vrij van het oordeel van God.
Toelichting
Door naar de natuur te kijken hadden de heidenen de macht en majesteit van God kunnen kennen (Rm1:20). Door te luisteren naar hun geweten hadden zij de Thora kunnen doen (Rm2:15).
Door te leren uit de Thora hadden de Joden zichzelf en de wereld kunnen onderwijzen (Rm2:17-20), zodat een ieder leeft.
Maar zowel heidenen (Rm1:21-23) als Joden (2:21-23) deden dit niet. Beiden staan onder de zonde (Rm3:9-20).
Onze observatie en ons geweten kunnen ons niet het leven geven. Maar ook de Thora kan ons niet het leven geven (Rm7:10). Wij kunnen dus ons niet vrijspreken van het oordeel van God (Rm5:12, Rm5:18).
Enkele Bijbelteksten

7.
God is trouw aan Israël door Jezus de Messias naar de wereld te sturen.
Toelichting
Buiten onze observatie, ons geweten en de thora om heeft God Jezus Christus naar de wereld gestuurd. Hiermee heeft Hij Zich gehouden aan zijn Woord tegenover Abraham (Rm3:21-22).
Enkele Bijbelteksten
7.
Jezus de Messias is geboren uit de maagd Mirjam, door de kracht van de Heilige Geest. Jezus is van Joodse komaf. Hij is ook de Zoon van God. Hij is volledig Mens en volledig God.
Toelichting
Jezus betekent ‘de HEERE redt’.
Hij is het beloofde Nageslacht.
De moeder van Jezus is Mirjam, een Joodse naam voor Maria. Als maagd was zij nog niet getrouwd en had zij geen seks gehad met haar aanstaande man Jozef. Hij was niet betrokken bij de verwekking van Jezus, maar de Heilige Geest. Hoe dit precies ging, vertelt de Bijbel niet. Enige wat de Bijbel hierover zegt, is dat de Heilige Geest over Mirjam kwam. Het is een wonder.
Jezus is een Jood, uit het geslacht van David. Hij is op de achtste dag besneden. Op de veertigste dag is Hij in de tempel opgedragen aan de HEERE, omdat Hij de eerstgeboren Zoon van Mirjam is.
Jezus is ook de eniggeboren Zoon van God. Hij wordt aanbeden door de engelen. Hij zit op de troon van zijn vader David. Hij is de HEERE.
Jezus is één Persoon, die 100% Mens is en 100% God is. Dus niet gedeeld, niet gescheiden, niet vermengd en niet veranderd. Hoe dit bij Hem wel precies zit, is niet meer onder woorden te brengen. We komen uit bij de belijdenis dat Jezus Koning is van Israël en Heere is van de wereld.
Enkele Bijbelteksten
Lk1:31, Lk1:35, Mt1:21, Lk1:27, Mt1:25, Mt1:18, Gn18:14, Mt1:1, Lk2:21, Lk2:22-24, Lk32, Ko1:15, 1Jh4:9, Hb1:6, Hd2:25, Ps110:1, Lk1:32, Hb1:8, Ps45:7, Ez34:23-24, Jh10:11, Jh1:14, Hb2:17, Hb4:15, 1Jh4:2, Jh5:23, Hb1:3, 1Jh4:15, Fp2:5-11.

8.
Jezus Christus is de Middelaar van het Nieuwe verbond (Hb9:15). Met het sluiten van dit verbond wordt Israël en de wereld vrijgekocht van vloek, zonde en dood. Dan wordt ook het Koninkrijk van God gesticht.
Toelichting
Israel is aangewezen om zich te houden aan de verbonden, thora, erediensten en beloften. Hiermee zal zij leven en kan zij leven geven aan de wereld (Lv18:5, Dt30:19, Rm3:15, Gl3:12).
Door de zonde echter kon Israël zich niet houden aan haar opdracht (Rm2:17-22). Toch wil de HEERE Zich vasthouden aan Zijn beloften, die Hij aan Abraham heeft gegeven (Rm3:3-4, Rm9:6, 2Tm2:13). Daarom wees de HEERE zijn Zoon Jezus aan (Lk1:72, Rm1:17, Rm3:21) om deze opdracht uit te voeren.
Jezus nam deze opdracht over (Rm3:25). Als Middelaar gaat Hij het verbond tussen God en Israël vernieuwen (Ex24:7-8, Jr31:31, Lk20:20, Hb8:8).
Door het sluiten van dit Vernieuwde verbond gaat Jezus vergeving van zonden (Jr1:34, Hb) en gave van de Heilige Geest aanbieden (Hb8:10). Daarnaast is de weg vrijgemaakt voor het Koninkrijk van God (Mk1:14-15, Hd1:3, 6-7, Hd28:23, 2Pt1:11).
Enkele Bijbelteksten
7.
Jezus Christus was plaatsvervangend (Rm3:25, 1Jh4:10) aan het kruis gestorven (Jh1:29, 1Pt2:24). Daarna was Hij begraven (Mt27:59-60). Hij was naar de hel geweest om daar Zijn overwinning op de vloek, dood en zonde uit te roepen. Op de derde dag (Mt12:40, Mk8:31) is Hij met Zijn verheerlijkt lichaam (Fp3:21) opgestaan uit de dood (Rm1:4).
Toelichting
De taak van Israël is om zich te houden aan de verbonden, thora, erediensten en beloften. Hiermee zal zij leven en kan zij leven geven aan de wereld (Lv18:5, Dt30:19, Rm3:15, Gl3:12).
Door de zonde kon Israël niet leven en geen licht zijn voor de wereld (Rm2:17-22). Toch wil God aan zijn beloften houden, die Hij met Abraham heeft gemaakt. Daarom gaf God Israël en de wereld zijn Zoon Jezus (Rm1:17, Rm3:21).
Jezus nam als Vertegenwoordiger van Israël deze opdracht over (Rm3:25). Hij vertrouwde Zich volledig op Zijn Vader en deed volledig de wil van Zijn Vader (Mk14:36).
Hij ging vrijwillig de positie van een slaaf innemen (Fp2:7-8) om de machten van vloek, zonde en dood teniet te doen (2Tm1:10).
Als eerstgeborene nam Jezus vrijwillig (Jh10:17-18) het oordeel van God op Zich en werd als Lam van God gekruisigd (Jh1:29).
Zijn doel in dit alles om Israël en de wereld vrij te kopen van de machten van vloek, zonde en dood.
Binnen Israël was een lam (ook wel ram genoemd) het gebruikelijke offerdier om een eerstgeborene vrij te kopen (Ex13:12-16). Via dit offer laat de HEERE zien dat Hij Israël van Egypte en de dood heeft vrij gekocht. Israël werd bevrijd en de dood was aan Israël voorbij gegaan.
Na ontvangst van de Thora bij de berg Horeb (Ex31:18, Ex34:28) zijn de Levieten in de plaats van de eerstgeborenen gekomen (Nm3:5-13) om priesters te zijn. Vanaf dat moment is Israël een koninkrijk van priesters en een heilig volk geworden (Ex19:4-6). Dit betekent dat Israël de taak kreeg om een licht te zijn voor de wereld.
Jezus was het volmaakte Brandoffer (Ex12:5, Ex12:10, Lv16:3, Hb10:14) om vrijspraak van het oordeel van Zijn Vader te krijgen (Rm3:25).
Zijn kruisiging is een teken van totale vervloeking (Dt21:23, Gl3:13, Mt27:46).
Zijn sterven betekent vernietiging van de machten van vloek, zonde en dood (Gl3:13, Rm8:3, Op22:3).
Zijn begrafenis betekent afleggen de machten van vloek, zonde en dood. (1Pt3:19, 1Pt4:6, Mt27:52-53).
De dood is voorbij gegaan.
Enkele Bijbelteksten

8.
Wij geloven in de lichamelijke opstanding van onze gekruisigde Heere, in Zijn Hemelvaart en in Zijn levende tegenwoordigheid in de hemel als Voorspraak en Hogepriester voor ons.

9.
Wij geloven dat allen, die in Hem geloven, gerechtvaardigd zijn op grond van Zijn vergoten bloed.

10.
Wij geloven, dat allen, die de Heere Jezus in het geloof aanvaarden, wedergeboren zijn uit de Heilige Geest en daardoor kinderen van God zijn worden.

11.
Wij geloven dat Christus het Hoofd is van de Gemeente, bestaande uit Joodse en heidense christenen.

12.
Wij geloven dat wij als kinderen van God samen Gemeente zijn en dat wij Zijn Lichaam zijn, een plaats voor toerusting, tot dienstbetoon en tot opbouw van Zijn Lichaam.

13.
Wij geloven in de persoonlijke en spoedige wederkomst van onze Heere en Heiland, Jezus Christus.

14.
Wij geloven in de lichamelijke opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen; de eeuwige gelukzaligheid voor de geredden in de hemel en de eeuwige straf voor de verlorenen in de hel.
